Inkomstennals zelfstandige

Om in aanmerking te komen voor een kunstwerkattest moet de aanvrager het bewijs leveren van een professionele artistieke praktijk binnen de kunsten of, in voorkomend geval, aantonen dat hij voldoet aan de voorwaarden voor het verkrijgen van het kunstwerkattest “starter”.

De kunstwerkcommissie beoordeelt of de aanvrager aantoont dat hij artistieke, artistiek-technische of artistiek-ondersteunende activiteiten uitoefent die vallen onder een van de 8 artistieke domeinen opgesomd in de wet en die samen kunnen worden beschouwd als een professionele artistieke praktijk (of op weg zijn om dat te worden).

Om een praktijk als professioneel te kunnen beschouwen, moet de aanvrager ten minste 1000 euro aan inkomsten uit ten minste één kernactiviteit aantonen. 

Komen in aanmerking als artistieke kernactiviteit:

  1. artistieke, artistiek-technische of artistiek-ondersteunende activiteiten waarvoor de aanvrager een beroepsinkomen heeft ontvangen;
  2. inkomsten uit auteursrechten of naburige rechten op artistiek werk dat de aanvrager zelf heeft gemaakt of uitgevoerd;
  3. prijzengeld (inbegrepen: subsidie/beurs) toegekend als rechtstreekse verloning voor een artistieke tegenprestatie.

Wat meer specifiek de beroepinkomsten betreft, kunnen de inkomsten die door een rechtspersoon worden ontvangen niet in aanmerking worden genomen, aangezien alle prestaties aan de rechtspersoon worden betaald, terwijl de bestuurder als natuurlijke persoon een loon ontvangt als bedrijfsleider. Het loon van een zelfstandige die via een vennootschap of een vzw werkt, is dus niet rechtstreeks en uitsluitend gekoppeld aan artistieke prestaties. Hieruit volgt dat deze inkomsten niet in aanmerking mogen worden genomen voor de toekenning van het kunstwerkattest.

Fiscaal gezien worden de inkomsten aangegeven als die van een bedrijfsleider. Officieel zijn er dus geen inkomsten voor artistieke prestaties.

Zitting 22 mei 2024

Aanvrager: D.A

 

Om in aanmerking te komen voor een kunstwerkattest dient de aanvrager het bewijs te leveren van een professionele artistieke praktijk in de kunsten.

De Kunstwerkcommissie beoordeelt of de aanvrager artistieke activiteiten in de kunsten aantoont, die samen kunnen worden beschouwd als een professionele praktijk.

 

Bij deze beoordeling worden als kernactiviteiten beschouwd: de artistieke, artistiek-technische of artistiek-ondersteunende activiteiten waarvoor de aanvrager een beroepsinkomen heeft ontvangen.

 

In casu worden alle prestaties gefactureerd door en betaald aan de vennootschap CV D.A . Aanvrager is tot 8 september 2023 beherend vennoot – zaakvoerder van deze vennootschap. Dit mandaat is blijkens artikel 5, C van de oprichtingsakte dd 13 april 2007 bezoldigd. Van 9 september 2023 tot 31 december 2023 is de aanvrager stille vennoot om vanaf 1 januari 2024 opnieuw beherend vennoot te worden.

 

De aanvrager ontvangt zelf blijkens de fiscale fiche 281.20 een bezoldiging van bedrijfsleiders.

 

Het begrip “bezoldiging van bedrijfsleiders” wordt gedefinieerd in artikel 32 WIB92:

“Bezoldigingen van bedrijfsleiders zijn alle beloningen verleend of toegekend aan een natuurlijk persoon die:

1° een opdracht als bestuurder, zaakvoerder, vereffenaar of gelijksoortige functies uitoefent;

2° in de vennootschap een leidende functie of een leidende werkzaamheid van dagelijks bestuur, van commerciële, financiële of technische aard, uitoefent buiten een arbeidsovereenkomst.”

 

De aan de aanvrager betaalde vergoedingen kunnen bijgevolg niet beschouwd worden als een beroepsinkomen voor artistieke, artistiek-technische of artistiek-ondersteunende activiteiten en zijn derhalve geen kernactiviteiten in de zin van de Kunstwerkcommissiewet1.

 

Gezien volgens artikel 12, §6 Kunstwerkcommissiebesluit2 een aanvraag die geen inkomsten hoger dan 1.000€ bruto aan kernactiviteiten kan aantonen gedurende de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag in geen geval beschouwd kan worden als een aanvraag die het bewijs levert van een professionele artistieke praktijk in de kunsten, kan er geen kunstwerkattest toegekend worden.

Bij elke aanvraag moet worden aangetoond dat er in de twee jaar voorafgaand aan de aanvraag minstens 1000 euro is verdiend met de kernactiviteiten. Een artistieke praktijk kan nooit als professioneel worden beschouwd als hieraan niet is voldaan. In het geval van een zelfstandige kunstenaar betekent het ontbreken van facturen op naam van een natuurlijke persoon dat hij niet aan deze minimumdrempel van 1000 euro kan voldoen.